5e wedstrijd wintercompetitie Wantij

terug naar overzicht

Zondag, 7 januari 2018

Rare jongens toch, die vissers…. Zeg nu zelf, welke man ziet zichzelf nog midden in de winter, s ’ochtends vroeg bij de waterkant zitten?




In heel Dordrecht waren er dat op zaterdag 6 januari in ieder geval zeker tien, waarvan zelfs 1 vrouw!
Deze heeft weliswaar onder ede moeten verklaren dat zij uit eigen vrije wil is meegekomen, maar dan nog.
Iedereen stroomde weer als diarree naar binnen in café Waterlust.
Er werden druk nieuwjaarswensen uitgewisseld, vrijwel onmiddellijk gevolgd door de nodige “en dat je maar eens mag wat gaan leren vissen” tot en met “ ik zal je de volgende keer wel eens laten zien hoe een vis eruit ziet”, etc. etc.
Zo gaat dat nu eenmaal met die vissers.
Mario, niet geheel vrij van enig overdrijvende verbale competenties, vertelde bij de koffie weer helemaal hersteld te zijn van een vreselijke “ziekte”. Was hij niet bijna terminaal geweest, dan toch zeker doodziek, zwak ende misselijk.
Voor het eerst sinds ‘40-‘45 was hij niet op het werk verschenen en had zelfs hele dagen op bed doorgebracht.
Hij zou nooit de liefdevolle gloed in de ogen van zijn vrouw vergeten, waarmee die de dagen vol rust in de rest van het huis heeft kunnen doorbrengen. Hij verdenkt haar ernstig van het toedienen van placebo’s om het maar wat langer te laten duren.
Frans, onze vriendelijke, soms wat melancholisch denkende medevisser, had vandaag een beetje last van zijn citroenzuur cyclus.
Hij wenste iedereen een goed nieuwjaar direct gevolgd door een diepe zucht waarin hij zei” en nu maar afwachten welk een ellende we dit jaar weer gaan krijgen”.
Nu had hij het geluk om naast Opa Henk te zitten die in elke situatie nog wel de humor kan inzien.
Dus die schoof hem meteen een kop koffie in zijn mik met de mededeling dat het allemaal vooral gezellig gaat worden.
Theo is voor, tijdens en na de wedstrijd vooral bezig om spullen te sjouwen, dus die wuifde gezellig door het raam iedereen zijn wensen toe. Jacques werd nog eens onthaald op de nodige oh en ah ’s die zijn zojuist aangeschafte nieuwe auto opriep.
Met complimenten kan Jacques maar moeilijk mee om gaan, hij heeft zijn diploma bescheidenheid dan ook Cum Laude gehaald.
Hij wuifde de boel goedmoedig weg met de opmerking dat dit toch vooral te danken was aan premier Rutte omdat deze had gezegd dat het weer goed ging met de economie, dus vooruit maar met de geit dan.
Ondertussen zat Jan zijn ongeduld om te gaan vissen stevig in bedwang te houden.
Vorige keer kon hij er niet bij zijn, dus had hij wat in te halen.
Eenmaal geloot en aan de waterkant kon het tot aan de pauze dan haast ook niet op met hem. Elke door hem gevangen vis, werd met de nodige verbale begeleiding eruit getrokken. Ze waren allemaal behoorlijk aan de maat en zelfs enkele forse maat baarzen gingen niet aan hem voorbij. Colinda zat dit allemaal eens aan te kijken en ook zij kon maar moeilijk de glimlach van haar gezicht krijgen.
Natuurlijk had Mario de pech vrijwel tegenover hem te zitten, die weer voor de nodige commentaren zorgde.
Het was allemaal “oneerlijk”, “wat ben je toch een misselijk mannetje”, “ik moet er tien vangen voor elke enkele vis die jij vangt”, “volgend jaar doe jij niet meer mee”, “je zit dan ook toevallig weer op de beste plek” en zo ging het maar door.
Peter en Rob zaten pal naast elkaar en hadden het ook moeilijk, althans, zo lieten ze ons dat graag geloven.
Ook zij zaten met lede ogen aan te kijken hoe Jan onverdroten door ging met de ene na de andere maatvoorn eruit te slaan.
Op een gegeven moment hadden ze een plek gevonden waar wat vis zat, waar ze elkaar nu lekker in de weg zaten.
Tijdens de pauze, die normaliter een wat rustiger periode zou zijn, met warme soepen, een neutje en een broodje bal, was er dit keer meer rumoer in de tent.
Zowel Mario, Peter en Rob hadden het bijltje er al bij neergegooid.
Per slot komen zij om te winnen, maar deze keer zou Jan al veel te ver voor liggen.
“Nou, nou” zei Jan, de wedstrijd is nog niet voorbij hoor.
Maar zat ondertussen te popelen om weer ff te peilen.
Wat zo ongeveer de enige regel van het wintervissen was waaraan hij zich aan hield. Want wie zat er nu nog met 18/100, haakje 12 en een uitgebreid voertje met aardappelvlokken te vissen? Ja, inderdaad Jan en die kon er blijkbaar wat van.
Opa Henk gaf aan het inmiddels al heel wat te vinden dat hij niet van zijn kist was afgevallen op het smalle steigertje waarop hij zat. Jacques en Nick zaten “lekker te vissen”, veel meer kwam er ook niet uit.
Ondertussen had Theo zich midden in het café zich tot op zijn onderbroek uitgekleed.
Toen dat tot iedereen doorgedrongen was, wist zelfs Mario even niet wat hij moest zeggen.
Omdat het ineens stil werd keek Theo even op en gaf aan in gevecht te zijn met zijn verslaving.
Hij wist zeker dat hij drie minuten geleden zijn pakje shag nog ergens had en was er achter gekomen dat het via een gat in zijn zak tussen de diverse lagen van zijn winterbroek naar beneden gegleden was.
En dat moest ff aangepakt worden natuurlijk.
Jan verbood Colinda onmiddellijk om verder te kijken naar het atletische lichaam van Theo die ondertussen rechtop was gaan staan en met zijn hoofd in zijn rechterpijp zat.
Mario had ondertussen zijn stem weer terug gevonden en kondigde aan dat we weer verder gingen.
Na de pauze bleken de kansen ineens gedraaid te zijn maar bleven de meeste mannen in de overtuiging dat het toch een gelopen race was, Jan dacht daar toch anders over; het liep niet meer lekker, de vissen waren stukken kleiner en het gemopper van Rob, Peter en Mario was ineens geheel afgelopen.
Zij waren blijkbaar aan een inhaalrace begonnen.
Met nog een kleine 45 minuten te gaan werd iedereen ineens opgeschrikt door Frans die met zijn hengel omhoog driftig heen en weer aan het lopen was. Hij zat zo mogelijk nog dichter bij Jan en had al lekker mee zitten doen, maar zijn “het zal toch allemaal niks worden “klier” zat hem nog danig in de weg vandaag.
“Kijk nu toch eens”, “oh jee dat gaat niks worden”, “die lijn gaat breken, die hou ik nooit etc.”, zo zat hij zichzelf te ondersteunen….
Alsof dit nieuwe jaar toch aan hem zou moeten bewijzen dat het ook weleens anders kon, slaagde hij erin een enorme brasem van ruim 2 kilo te scheppen.
Jan zat er een beetje beteuterd naar te kijken, waarop Mario er nog eens lekker overheen ging door luid te roepen dat die aardappelvlokken van hem waarschijnlijk twee meter naar Frans waren afgedreven!
Bij de weging bleek iedereen toch weer lekker vis gevangen te hebben en bij elkaar toch alweer bijna 29 kilo!
Frans 1, Jan 2 en Jacques zowaar weer eens in de top 3.
Jan was inmiddels over zijn teleurstelling heen en feliciteerde Frans met zijn overwinning.
En zo kan het raar lopen in de visserij en tja, daar heb je rare mannen voor nodig.;-)